Als docent en promotor kom ik regelmatig studenten of promovendi tegen die het lastig vinden om bij de beschrijving van een theoloog of filosoof uit het verleden, als interpreet van de tekst zelf goed in beeld te komen. Dat is wel belangrijk, want als je zelf als interpreet niet goed in beeld komt, geeft dat aanleiding tot misverstanden. Dan denkt de lezer bijvoorbeeld bijna automatisch dat je het als auteur van de tekst ook direct eens bent met de positie die je beschrijft en dat is soms toch niet je bedoeling. Ook lijkt het soms alsof je als auteur helemaal in je eentje over je onderwerp van studie schrijft, zonder dat duidelijk wordt dat ook de interpretatie door anderen een belangrijke rol heeft gespeeld bij jouw weergave van het onderwerp.
Door de tijd heen, al pratend met studenten en promovendi, ben ik inmiddels een rijtje manieren tegengekomen waarop je als auteur zichtbaar wordt bij het beschrijven van de gedachten van anderen. In de hoop dat ook anderen er wat aan kunnen hebben, noem ik in deze post een aantal van die manieren op.
Nog even iets vooraf: vaak zijn studenten bij het beschrijven van de gedachten van anderen vooral heel druk om de gedachten van anderen getrouw weer te geven. Dat is natuurlijk heel belangrijk, maar het is niet het enige. Het kan je een enorm writer’s block opleveren als je krampachtig niets wilt missen van de gedachten van de persoon over wie je schrijft. Ik zeg daarom weleens gekscherend: “vertrouw ook op je eigen vergeetachtigheid!” In plaats van nog eens alles na te lezen wat je onderwerp van studie heeft gezegd, mag je ook wel een beetje de selectiviteit van je eigen geheugen vertrouwen. Je bent iets niet zomaar vergeten. Kennelijk vond je het minder belangrijk. After all willen we graag jouw interpretatie van iemand lezen. Als het om een minutieuze representatie van de oorspronkelijke tekst gaat, kunnen we net zo goed de tekst van je onderwerp zelf lezen.
Hoe het probleem eruitziet
Voor dat ik een reeks van manieren bespreek om het probleem te ondervangen, lijkt het me goed om nog eens even beter te kijken naar het probleem zelf. Ik heb niet zomaar een uitgebreid voorbeeld bij de hand, maar ik kan wel proberen nog eens de factoren op te noemen die het probleem uitlokken. Mocht iemand een voorbeeld willen aanreiken: welkom! Zet het maar in de comments. Ik construeer er hier even één in een paar zinnen. Natuurlijk is deze heel makkelijk te fixen, maar in een nutshell denk ik dat het probleem hier opduikt omdat niet goed duidelijk wordt wat dit nu voor een statement is, een statement over wat ik als schrijver vind of wat ik als opvatting aan Calvijn toeschrijf:
Calvijn laat in zijn preken over Job zien dat God altijd bij de lijdende mens aanwezig blijft, ook als die dat niet zelf kan waarnemen. Gods vaderlijke zorg is er altijd, zelfs op de momenten waarop je als gelovige denkt: ‘Ook mijn hemelse Vader heeft mij vergeten’.
Als je de manier van schrijven uit dit korte voorbeeld pagina’s lang volhoudt en er omheen ook geen duidelijke vraagstelling aanwezig is, duikt het probleem waarschijnlijk op. Meestal doet het probleem zich voor bij een interpreet die de gedachten van iemand uitvoerig beschrijft. Het wordt dan vermoeiend om steeds de naam van degene over wie je schrijft, te noemen en dus laat je die regelmatig weg. Op zich is daar niet per se iets mis mee, maar zeker als je de gedachten van degene over wie je schrijft, zo opschrijft dat ze onontkoombaar lijken, bijvoorbeeld bij filosofische redeneringen, dan roept dat de vraag op waar jij zit, wat jij van die gedachten vindt. Dat raakt onzichtbaar.
En dat niet alleen. Het gaat namelijk niet per se over het feit dat jij je eigen mening niet geeft. De oplossing is dan ook niet om er ineens af en toe een zin tussen te gooien waarin je zegt wat jij ervan vindt. Bij de weergave van andermens mening is dat niet altijd elegant en bovendien: we zijn niet zomaar geïnteresseerd in wat jij van de beschreven positie vindt, zeker niet als je daar geen argumenten voor aandraagt. Het gaat erom dat je als interpreet zichtbaar bent in de tekst en dat doe je al op een veel fundamenteler niveau dan wanneer je je mening expliciet maakt.
Een praktijk die op zich ook niet fout is, maar het probleem wel kan versterken, is als je heel veel lopende citaten in de tekst invoegt, waardoor jij als interpreet en de woorden van je onderwerp heel dicht bij elkaar komen.
Oplossingen
Op zich zijn oplossingen niet moeilijk te geven, als je eenmaal snapt wat het probleem is, maar denk er niet te makkelijk over. Bij veel mensen zal het probleem zich nooit voordoen, maar bij anderen kan het heel hardnekkig zijn en het kan best even duren voor je goed doorhebt waar het aan ligt. Voel je vooral ook geen mislukkeling als het je overkomt. Het kan de beste overkomen! Ik bespreek de oplossingen in een volgorde die ruwweg verloopt van ‘subtiel’ naar ‘expliciet’.
- Stating the obvious: in de derde persoon over je onderwerp spreken en de naam noemen. Toch is dat niet helemaal de oplossing. Als je obligaat op allerlei plaatsen ‘Volgens Jantje’ of ‘Jantje meent dat’ invoegt zonder verder iets aan je tekst te veranderen en je tekst is serieus door het probleem aangetast, gaat het het probleem niet verhelpen. De reden is dat de toevoeging van die woorden nog niet duidelijk maakt hoe jij je tot de gedachten van je gesprekspartner verhoudt.
- Diachroon of synchroon differentiëren. Aan de hand van dit punt kan ik eigenlijk het fundament van alle oplossingen duidelijk maken. Uiteindelijk gaat het er bij alle oplossingen om, een ‘derde’ in het spel te brengen. Als het probleem zich voordoet, is de tweeheid tussen jou en het onderwerp waarover je schrijft, niet goed meer duidelijk. Ze lijken samen te vallen. Door in je tekst een ‘derde’ gesprekspartner in te brengen, zal onmiddelijk blijken dat jijzelf als interpreet ook zichtbaar wordt. Op de meest subtiele manier kan dat door synchroon of diachroon te differentiëren in de weergave van je onderwerp. Daarmee bedoel ik dat je verschillen aan het licht brengt, ofwel tussen iemands eerdere en latere werk, of tussen werk uit dezelfde tijd. Je onderwerp wordt daardoor ‘gesplitst’ en dat zal voor de lezer als effect hebben dat die jou in beeld ziet komen. Jij bent namelijk als interpreet degene die deze differentiatie aanbrengt en dus ben jij zichtbaar tegenover je onderwerp. Omgekeerd kun je uit dit punt afleiden, dat als jij last hebt van dit probleem, je waarschijnlijk je onderwerp weinig spanningsvol of dynamisch neerzet. Je interpretatie ‘klopt’ en je onderwerp ‘klopt’ dus ook en daardoor word jij onzichtbaar als interpreet. Je kunt je natuurlijk afvragen of dit soort ‘kloppende’ interpretaties voldoende recht doen aan het dynamische en vaak ook spanningsvolle karakter van teksten, maar dat is een meer fundamentele kwestie waar het in dit blogje nu even niet over gaat.
- Citaten managen. Iets soortgelijks kun je bereiken door expliciet interpreterend met citaten om te gaan, in plaats van ze zomaar zonder verdere toelichting van jou kant, in de lopende tekst in te voegen. Als je bijvoorbeeld met blokcitaten werkt, kun je het citaat met jouw interpreterende woorden inleiden of na het citaat een toelichting geven op wat je in het citaat belangrijk vindt of hoe je het wilt duiden. Daardoor ontstaat afstand tussen jou en de citaten uit je onderwerp, en dus ben je zichtbaar geworden.
- Het gesprek met secundaire literatuur zoeken. Als het probleem zich voordoet, is er meestal iets aan de hand met de manier waarop de secundaire literatuur over het onderwerp in beeld gebracht wordt. Op zich hoeft die manier niet fout te zijn, maar er ligt in elk geval een kans om ook weer zo’n ‘derde’ toe te voegen en daarmee het probleem op te lossen. Secundaire literatuur kan op allerlei manieren ingebracht worden bij de presentatie van een onderwerp. Je kunt bijvoorbeeld de discussie van de secundaire literatuur scheiden van de presentatie van je onderwerp. Daardoor is bij die presentatie de literatuur in directe zin ‘afwezig’. Ook kan het zijn dat je wel in voetnoten naar secundaire auteurs verwijst, maar niet in de hoofdtekst, waardoor het in de hoofdtekst toch lijkt alsof jij de enige bent die aan het woord is – misschien überhaupt geen ideale manier om secundaire literatuur in te brengen. Door wel expliciet met secundaire literatuur in gesprek te gaan, komt er een ‘derde’ in het spel en verdwijnt het probleem waarschijnlijk. Jij bent namelijk nu zichtbaar als degene die het gesprek organiseert en afwisselt tussen je onderwerp en anderen die daarover een mening hebben.
- Kritiseren. Ook een beetje stating the obvious natuurlijk. Zodra jij je onderwerp kritiseert, ben je zichtbaar als interpreet. Daarbij hoeft kritiseren natuurlijk niet de vorm aan te nemen van: ‘ik ben het niet met mijn onderwerp eens’ of ‘wat hij of zij zegt is niet waar’. Dat kan, maar in een academische tekst is dat ook weer niet heel gebruikelijk en op het moment dat je geen argumenten geeft, zelfs ronduit zinloos. Fijn dat je iets van je onderwerp vindt, maar zonder argumenten voor die mening interesseert ons dat als academische lezers niet. Zomaar af en toe ‘ik denk’ of ‘ik meen’ invoegen in je tekst, gaat het probleem dan ook niet verhelpen. Het gaat niet over jouw mening, het gaat over jouw regie over de tekst die we missen.
- Je eigen onderzoeksvraag in beeld brengen. Ik eindig met een iets fundamenteler punt. Academisch schrijven is argumentatief schrijven, zei ik net al, en is daarom ook altijd probleemgeoriënteerd schrijven. Dat wil zeggen dat in je tekst idealiter altijd duidelijk waarom de lezer moet lezen wat hij leest. Ik zeg daarom ook altijd: een tekst is saai naar de mate de lezer niet scherp heeft waarom hij dit moet lezen. Maar op het moment dat het probleem helder is vanwaar uit jij je onderwerp benadert, ben jij in principe als interpreet altijd zichtbaar. Het omgekeerde geldt dus ook: als jij in je tekst onzichtbaar bent, is het probleem onduidelijk dat jou ertoe heeft gebracht om dit onderwerp aan de lezer voor te leggen. Om bij het kleine voorbeeld te blijven dat ik net gaf over Calvijns uitleg van Job: als ik helder heb wat ik met dat onderwerp wil, wordt de context duidelijk waarin ik de opmerking over Gods zorg maak en is dus ook de status ervan duidelijk, ofwel een weergave van Calvijns mening, ofwel een claim die ik via Calvijn aan alle lezers wil voorleggen.
Herken je het probleem? En werken deze oplossingen? Ik lees het graag in de comments.

Leave a Reply